Aldo van Eyck - playground in Amsterdam, Dijkstraat - 1954


plek
De plek die we innemen moet er wel bij varen, anders kunnen we alles beter laten zoals het was. We geven betekenis aan de plek die we gaan invullen en ook aan de plaats die we open laten. Het ontstane spanningsveld tussen dit open en gesloten, publiek en privaat, bebouwd en onbebouwd, positief en negatief, doet zich voor op elk niveau in architectuur.
Een stad is opgebouwd uit spanningsvelden. Bebouwing is een grens in de stad, een huis is een grens in de straat en wanden zijn grenzen/spanningsvelden tussen ruimten in een huis enz…
Deze spanningsvelden zijn zelden definieërbaar als een harde grens, zij vertalen zich eerder als een deelverzameling van twee aangrenzende plekken. In een stad resulteert zich dit in de publieke ruimte,in een straat is dit de zone stoep-gevel, in een huis is dit de plaats van overmaat. In dit spanningsveld krijg je steeds een inkijk in de andere plek daar beide gebruik maken van dezelfde zone. Voor het gemak noemen we dit multiplekken, een plek die zich aanpast aan de wisselende activiteiten van gebruikers en omgeving. Deze multiplek kan, door onderzoekend ontwerp, zelfs aansturen tot meer.
Op deze plaats gebeurt het, op deze plaatsen kunnen we de alledaagsheid bijzonder maken. Hier worden vriendschappen gesloten, hier ontstaat architectuur. Dit is onze basis. De start van een dialoog tussen stad, plek, mens, programma,…

Gegeven
Misschien heerst er een identiteitscrisis in het hedendaagse bouwen!
Vandaag is architectuur niet meer stijlgebonden! In veel gevallen is het een samenraapsel van wat vertrouwd aanvoelt. Het huidige straatbeeld wordt gedefinieërd door dit stijlloos kluwen.
Maar, als we heel eerlijk zijn, kleurt deze alledaagsheid wel ons landschap. Dit negeren zou dom zijn en het straatbeeld zal eronder lijden. Zoveel hebben we toch al geleerd uit het verleden.
Architectuur heruitvinden is ook geen oplossing, maar wat moet er dan wel gebeuren?
Een oplossing moeten we niet zoeken, deze zit vervat in het gegeven, we zijn er zelfs van overtuigd dat goede architectuur zijn heil vindt in deze alledaagsheid. We moeten ons bewust worden van onze erfenis en deze ontvangen als een oude kennis(geving). We moeten toelaten dat deze vriendschap kan sluiten met zijn nieuwe typologie.

Pakket
Door het samenbrengen van al deze beperkingen/eisen ontstaat het kader waarbinnen we mogen werken. Dit pakket van eisen stimuleert het samenbrengen van oplossingen op de gestelde deelvragen. Rekening houdend met structuur, techniek en milieu start een zoektocht naar logica. Antwoorden overlappen elkaar en creëren een geheel eigen oplossing op de multiplek en zorgen er voor meer te geven dan gevraagd.
Invloedssferen zijn voortdurend veranderlijk. Een ingreep moet dit toelaten, zij moet zich ingetogen gedragen en de tijd toelaten om haar een identiteit te geven onder invloed van de gebruiker en omgeving. Of is omgeving ook een gebruiker?

Architectuur moet verwonderen door alledaagsheid als stimulans naar rijkere structuren binnen de multiplek.
Back to Top